Als men in het bezit is van een eigen woning, dan is de eigenwoningregeling van toepassing, betaalde hypotheekrente is daarbij aftrekbaar van het in aanmerking te nemen eigenwoningforfait. Bij een tijdelijk verblijf in het buitenland behoudt de eigen woning in Nederland de fiscale status van eigen woning. Verhuurt men tijdens de vakantie tijdelijk de woning, dan geldt een bijzondere fiscale regeling. Driekwart van de verhuuropbrengsten wordt belast in box I, eventueel betaalde hypotheekrente blijft aftrekbaar.
Bij een tijdelijke uitzending naar het buitenland, waarbij men de woning in Nederland aanhoudt, dient men rekening te houden met de gevolgen voor de eigenwoningregeling. Voor die gevallen geldt namelijk het verhoogde eigenwoningforfait. De aangehouden woning is in fiscaal opzicht eigenlijk geen eigen woning meer, omdat de aangehouden woning geen hoofdverblijf vormt. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk dat op de aangehouden woning toch de eigenwoningregeling van toepassing blijft. De voorwaarden zijn als volgt:
Indien aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan, is de eigenwoningregeling nog niet automatisch van toepassing. Daarvoor is jaarlijks een verzoek nodig.
Met woningen zijn vaak aanmerkelijke financiële belangen zijn gemoeid. Een tijdelijke verhuur van de eigen woning wordt daarbij in voorkomende gevallen in overweging genomen. Bij een tijdelijke uitzending naar het buitenland kan deze keuze echter nadelige fiscale gevolgen hebben voor de eigen woning. Hierbij een recent arrest van de Hoge Raad.
Een werknemer werd voor de periode van drie jaren (1998 t/m 2001) door zijn Nederlandse werkgever uitgezonden naar Curaçao. Deze periode werd later met een jaar verlengd tot 1 augustus 2002. Op 1 augustus 2002 trad de man in dienst bij een werkgever op Curaçao. Samen met zijn echtgenote trok de man op Curaçao in een huurwoning. Hun eigen woning in Nederland hielden zij aan en verhuurden deze vanaf augustus 1998 steeds aan verschillende huurders. In augustus 2002 kochten zij de huurwoning in Curaçao. In september 2003 verkochten zij de Nederlandse woning .
In de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2001 had de man de in Nederland aangehouden woning als eigen woning aangemerkt en hypotheekrente in aftrek gebracht. De inspecteur was van mening dat de woning in box III viel en weigerde de hypotheekrenteaftrek. De zaak kwam voor het Hof van Den Bosch.
Dit hof bezag de feitelijke omstandigheden en de wetsgeschiedenis van de wetsbepaling over de toepassing van de eigenwoningregeling bij tijdelijke uitzending naar het buitenland. Het hof stelde vast dat de in Nederland aangehouden woning in fiscaal opzicht niet meer als eigen woning kwalificeerde. De man beschikte namelijk vanaf augustus 1998 samen met zijn echtgenote in Curaçao over een andere woning die als hoofdverblijf fungeerde. Deze vaststelling verhinderde dat de man een beroep kon doen op de ‘tijdelijke verhuurregeling' voor de eigen woning bij onder meer vakanties (waarbij 75% van de huuropbrengsten wordt belast). Verder was de aangehouden woning verhuurd, waardoor deze woning aan derden ter beschikking was gesteld. Kortom de zaak liep op twee fronten mis.
De Hoge Raad merkte op dat de man niet had betwist dat hij in 2001 zijn hoofdverblijf op Curaçao had. Daarmee was het pleit beslecht. Uit de door het hof aangehaalde wetsgeschiedenis kon de aangehouden woning niet meer worden aangemerkt als een eigen woning.
(bron: www.hlb-schippers.nl)