De Verenigde Staten, officieel de Verenigde Staten van Amerika, afgekort VS (Engels: United States of America, afgekort USA of US), zijn een federatie van 50 Noord-Amerikaanse staten en het district van Columbia. Twee van de vijftig staten, Alaska en Hawaï, liggen apart en grenzen niet aan de andere staten. Tot het land behoren ook diverse eilandgebieden in de Caribische Zee en de Grote Oceaan. De Verenigde Staten is het op twee na grootste land ter wereld in bevolking, na China en India; en tevens het op drie na grootste land in oppervlakte, na Rusland, Canada en China. Er is nog discussie over wie groter is, de VS of China.
De VS wordt aan de noordkant begrensd door Canada en aan de zuidkant door Mexico en het Caribisch gebied, en wordt geflankeerd door de Grote Oceaan in het westen, de Atlantische Oceaan in het oosten en de Golf van Mexico in het zuiden. De grens met Rusland loopt tussen het Russische eiland Groot-Diomede en Klein-Diomede, dat in Alaska ligt (de twee eilanden liggen maar enkele kilometers van elkaar verwijderd). Alaska heeft zijn noordgrens aan de Noordelijke IJszee. Washington is de hoofdstad en het politieke centrum, New York is de grootste stad en het economisch centrum.

Alaska is de grootste staat (1.700.578 km²), en Rhode Island de kleinste (4003 km²). Californië heeft de grootste bevolking (33.871.648 in 2000), terwijl Wyoming de minste inwoners heeft (493.782 in 2000). In de late 20e eeuw ervaarden Nevada, Arizona, Florida, Colorado, Utah, Georgia en Texas het snelste tempo van bevolkingstoename. West Virginia, North Dakota en het District van Columbia hadden te maken met bevolkingsdalingen tijdens dezelfde periode.
De staten van de Verenigde Staten hebben ook bijnamen, die men meestal op de nummerplaten van auto's kan vinden.
Satellietopname van de Rocky MountainsHet landschap van de Verenigde Staten varieert sterk. Het kan in zeven brede geografische gebieden worden verdeeld. Van het oosten naar het westen:
kustvlakte langs de Atlantische kust
Appalachiaanse Hooglanden
binnenlandse vlaktes
binnenlandse hooglanden
rotsachtige bergsysteem
intermontane gebied
pacifische bergsysteem
Het terrein van het noorden van de Verenigde Staten werd gevormd door een grote continentale ijskap die in Noord-Amerika tijdens de recente Cenozoïsche periode zijn ontstaan. De zuidelijke rand van de ijskap loopt ruwweg in een lijn die in het oosten door Long Island loopt en in het westen langs de rivieren Ohio en Missouri tot de Rocky Mountains. Het land ten noorden van deze lijn was bedekt met ijs. Alaska en de bergen in het noordwesten van Noord-Amerika hadden vroeger uitgebreide berggletsjers en werden zwaar geërodeerd. Great Salt Lake en andere meren in dit gebied zijn restanten van de ijstijd.
In het zuidwesten van de Verenigde Staten liggen woestijnen. Dit zijn de heetste en droogste plekken van het land. Langs de pacifische kust heeft het klimaat een mediterraan type (bijvoorbeeld in Zuid-Californië). Dit klimaat gaat geleidelijk over in het maritieme klimaat van de westkust. Het noordwesten is een van de natste delen van de Verenigde Staten en is dicht bebost. Rotsachtige bergen, bijvoorbeeld de Cascades en Sierra Nevada hebben typische hooglandklimaten en zijn ook dicht bebost. Naast de Grand Canyon in Arizona en Great Salt Lake in Utah, zijn er andere natuurwonderen in het land, zoals de Niagarawatervallen op de grens van Canada en de VS; de klippen van het Nationale Park van Bryce Canyon, in Utah; en de geisers van Nationaal Park Yellowstone, hoofdzakelijk in Wyoming (voor anderen, zie lijst van parken en reservaten en Werelderfgoed).
De Verenigde Staten hebben een gevarieerd klimaat, variërend van tropisch regenwoud van Hawaï en tropische savanne van Zuid-Florida (Everglades) tot subarctisch en toendraklimaat in Alaska. Ten oosten van de honderdste meridiaan (de algemene scheidingslijn tussen de droge en vochtige klimaten) is het klimaat vochtig en subtropisch. Het noordoosten van de Verenigde Staten heeft een vochtig, continentaal klimaat. Uitgestrekte bossen worden gevonden in beide gebieden. Ten westen van de honderdste meridiaan is er sprake van een steppeklimaat.
De Verenigde Staten van Amerika zijn een op de constitutie gebaseerde federale republiek met een sterke democratische traditie. Elke vier jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden. De president van de Verenigde Staten wordt niet direct gekozen, maar door getrapte verkiezingen.
New York is de grootste stad van de Verenigde Staten
In 2006 overschreed het land de kaap van 300 miljoen inwoners. In 1776 telden de oorspronkelijke staten amper drie miljoen inwoners, in 1915 al 100 miljoen en in 1968 200 miljoen miljoen inwoners.
Meer dan 79% van de bevolking woont in de stad (en meer dan de helft daarvan in voorsteden). Ongeveer 70% van de inwoners is van Europese oorsprong (Census Bureau, 2004), maar dit percentage heeft een dalende trend door uitbreiding van andere groepen door immigratie en geboorten. Volgens de volkstelling van 2000 bestond de grootste groep minderheden uit Latino's, die 35.305.818 mensen, 12,5% van de bevolking, vertegenwoordigden. Dit cijfer omvat mensen van Mexicaanse, Puerto Ricaanse en Cubaanse oorsprong. De Afrikaans-Amerikaanse bevolking bedroeg 34.658.190, of 12,3% van de bevolking, hoewel een extra 0,6% van de bevolking van gedeeltelijk Afrikaans-Amerikaanse oorsprong was. De Aziatische bevolking bedroeg 10.242.998 in 2000, of 3,6%, en bestond hoofdzakelijk uit mensen van Chinese, Filipijnse, Indiase, Vietnamese, Koreaanse of Japanse oorsprong. De inheemse Amerikaanse bevolking van de Verenigde Staten, zoals Eskimo's in Alaska en op de Aleoeten, had een bevolking van 2.475.956, ofwel 0,9%. Ruwweg een derde van de inheemse Amerikanen leefde in reservaten, vertrouwensland, of ander land onder inheemse Amerikaanse jurisdictie. Er waren 398.835 Hawaïanen en andere pacifische eilandbewoners in 2000. Dat is 0,1% van de bevolking.
In termen van relatieve rijkdom, genieten de meeste ingezetenen van de VS een norm van persoonlijke economische rijkdom die veel groter is dan dat in het grootste deel van de wereld. Nochtans heerst er ook een aanzienlijke armoede in de Verenigde Staten: 12,1% van de bevolking leeft onder het officiële nationale armoedeniveau.
De sociale structuur van de Verenigde Staten is enigszins gelaagd, met een significante klasse van zeer rijke individuen, die vaak onevenredige culturele en politieke invloed hebben. Nochtans is de sociale mobiliteit een bekend concept in Amerika, beschouwd als een deel van de American dream, in zoverre dat zelfs iemand geboren in een achtergestelde familie kan opklimmen tot iemand van de hogere klasse.
De coëfficiënt van Gini (die inkomensongelijkheden aangeeft) bedraagt 40,8% en is de op twee na hoogste van alle ontwikkelde naties (na Zuid-Afrika en Mexico).
Er is godsdienstvrijheid in de Verenigde Staten. De meerderheid van de Amerikanen is christen. Binnen het christendom is de Protestantse Kerk het meest vertegenwoordigd. Ongeveer 55% van alle Amerikanen is protestants. Dat komt neer op zo'n 165 miljoen protestanten (census 2005). Echter binnen de Verenigde Staten zijn er vele verschillende stromingen binnen de protestantse gemeenschap die geen hechte eenheid vormen zoals dat bij de katholieken het geval is. 65 miljoen inwoners zijn Rooms-Katholiek (2005). De Oosters-Orthodoxe Kerk wordt ook vertegenwoordigd echter hun aandeel is miniem. Bovendien hangen ruwweg 1,5% (2005) van Amerikanen het Jodendom aan, en 0,6% (2005) is moslim (census 2005). Het boeddhisme wordt door 0,5% (2005) als geloof aangehangen.
Het onderwijs in de Verenigde Staten wordt voornamelijk beheerd door de afzonderlijke staten. Elk van de 50 staten heeft een kosteloos openbaar schoolsysteem (public school system). Er zijn ook meer dan 3500 instellingen van hoger onderwijs, gesteund door de individuele staten. Het openbare schoolsysteem is gebaseerd op 13 jaar onderwijs voor iedere leerling, beginnend met Kindergarten voor vijfjarigen, en eindigend met de twaalfde klas, waarna leerlingen hun High school diploma behalen. Daarom wordt het systeem ook wel "K through 12", of kortweg "K12", genoemd. Meestal doorlopen kinderen achtereenvolgens drie verschillende scholen: Elementary School, Middle School (in sommige staten Junior High School genoemd) en High School. Als men hierna nog een opleiding wil volgen komt men vaak uit in een College. Hier kan men een Bachelor Degree (vierjarige opleiding), of voor sommige studierichtingen een lagere associate degree (twee jaar). Ook universiteiten bieden een programma aan om een Bachelor Degree te behalen. Hierna kan men eventueel nog een studie op een universiteit volgen om een Masters Degree of het diploma van Doctor of Philosophy te behalen.
Coca Cola fungeert vaak als symbool voor de cultuur van de Verenigde StatenHoewel algemeen beschouwd als typisch en duidelijk verschillend van de Europese cultuur moet de Amerikaanse cultuur beschouwd worden als behorende tot het West-Europese culturencomplex. Het culturele erfgoed van de verschillende groepen kolonisten is gewoonlijk nog overduidelijk te herkennen in datgene wat wij nu als "typisch Amerikaans" herkennen, al is het wel gemuteerd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de vele vormen van het christendom die in de Verenigde Staten worden beleden: de theologische grondslagen zijn vaak herkenbaar Engels, maar met de Anglicaanse Kerk hebben deze genootschappen weinig meer te maken. Ook de Afro-Amerikaanse cultuur, zelf trouwens al voor een groot deel Westers van karakter, heeft zwaar zijn stempel gedrukt op het Amerikaanse erfgoed. De culturele indrukken die de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, hebben achtergelaten zijn te verwaarlozen.
Ditzelfde geldt voor de taal. Een grote meerderheid (82,1% bij de volkstelling van 2000) van de Amerikanen spreekt Engels, in een vorm die men algemeen herkent als Amerikaans Engels. De lagere sociale lagen van de zwarte bevolking spreken Afro-Amerikaans Engels, een sociolect dat sterk van het Amerikaans der blanken afwijkt. De grootste taalminderheid is de Spaanstalige (10,7%; uiteraard spreken haar leden Latijns-Amerikaans Spaans); andere talen scoren alle minder dan één procent: Chinees (0,771%; in alle varianten, die feitelijk talen op zich zijn), Frans (0,627%; inclusief een aantal creolen en dialecten) en Duits (0,527%; vaak in varianten als Pensylvaans, wat tegenwoordig meestal als aparte taal geldt) zijn nog de grootste. De grootste van de Inheemse Amerikaanse talen, het Navajo, vindt men behoorlijk ver onderaan de lijst van Amerikaanse talen geordend naar aantal sprekers: het wordt gesproken door 0,068% van de bevolking. De rest van de inheemse talen nemen nog eens 0,078% voor hun rekening (Navajo is dan ook met voorsprong de grootste Indianentaal). De meeste Indianentalen zijn inmiddels uitgestorven, bijna uitgestorven of sterk bedreigd.
De Amerikaanse cultuur heeft een grote invloed op de rest van de wereld, vooral de westerse wereld. Deze invloed wordt soms bekritiseerd als cultureel imperialisme. De muziek van de VS wordt gehoord over de hele wereld en het is de vader van muziekvormen zoals blues en jazz. Vele grote westelijke klassieke musici en forums zijn gevestigd in de stad New York, een hub voor internationale opera en instrumentale muziek evenals het wereldberoemde theater Broadway voor musicals. New York en San Francisco zijn wereldwijd leiders in grafisch ontwerp en New York en Los Angeles concurreren met belangrijke Europese steden in de mode-industrie. De films uit de VS (hoofdzakelijk opgenomen in Hollywood) en televisieprogramma's kunnen bijna overal worden gezien. Het Amerikaanse fast-foodprincipe is overal ter wereld neergestreken. Dit is in grimmig contrast met de vroege dagen van de republiek, toen het land door Europeanen als landbouwland werd gezien.
Verdere typische Amerikaanse cultuursymbolen zijn de appeltaart, de honkbalknuppel, de Amerikaanse vlag die bij sommige huizen 365 dagen per jaar wappert en de fastfoodketens als McDonald's, Burger King, Kentucky Fried Chicken, Taco Bell en Wendy's.
Om het grote gebied te verbinden, beschikken de Verenigde Staten over een groot netwerk van infrastructuur, waarvan het Interstate Highway System een belangrijk aspect is. Amerikanen zijn sterk afhankelijk van de auto voor vervoer over korte en middellange afstand. Met enkele uitzonderingen (bij voorbeeld New York City, San Francisco) is het openbaar vervoer onvoldoende om een alternatief te bieden. Steden zoals Los Angeles zijn volledig op de auto georiënteerd.
Voor afstanden langer dan 500 km wordt meestal de voorkeur gegeven aan het vliegtuig als vervoermiddel.
Er is ook een transcontinentaal spoorwegsysteem dat voor het vervoeren van vracht wordt gebruikt, hoewel Amtrak een succesvolle snelle passagiersverbinding onderhoudt van Boston, via New York City naar Washington D.C. (North East Corridor). Deze treinverbinding kan concurreren met vlieg- en autoverbindingen omdat de trein direct van stadscentrum naar stadscentrum rijdt.
Sterren en strepenDe vlag van de Verenigde Staten, de Star-Spangled Banner of stars and stripes, bestaat uit 13 strepen en 50 sterren op een blauw vlak. De 13 strepen staan voor de oorspronkelijke 13 koloniën. De sterren staan voor de huidige 50 staten. Het wit in de vlag staat voor de waarheid, het rood voor moed en het blauw voor gerechtigheid. Voor de vlaggen van de deelstaten, zie: Lijst van vlaggen van Amerikaanse deelgebieden.
Er zijn meerdere ontwerpen geweest voordat de vlag die vandaag de dag wordt gebruikt het licht zag. Zo was er een ontwerp dat de sterren en strepen 'andersom' had, dus 13 kleine streepjes linksboven en een groot blauw vak met sterren, en een vermeerdering van het aantal strepen met elke staat die er bij kwam.
Het huidige ontwerp werd in 1795 goedgekeurd door het congres. In 1813 gaf het Congres de opdracht aan vlaggenmaakster Mary Pickersgill voor het maken van de eerste officiële "Star-Spangled Banner", de vlag van 10 bij 14 meter die moest gaan wapperen boven fort McHenry. Het was deze vlag die amateurdichter Francis Scott Key inspireerde tot het schrijven van het gelijknamige volkslied.
Het grootzegel, waarop de Amerikaanse zeearend is afgebeeld, dateert uit 1782. Het wordt nog steeds 2000 tot 3000 keer per jaar gebruikt om officiële documenten te verzegelen.
De individuele staten bepalen wat de officiële feestdagen zijn voor hun staat. Al zijn de openbare instellingen op die dagen meestal gesloten, volgen bedrijven niet altijd de aanbeveling van de staat en werken gewoon door.
New Year's Day, 1 januari
Martin Luther King Day, derde maandag in januari
President's Day, derde maandag in februari
Memorial Day, laatste maandag in mei
Independence Day, 4 juli
Labor Day, eerste maandag van september
Columbus Day, tweede maandag in oktober (alleen gevierd in staten met een grotere Italiaanse bevolking)
Election Day, eerste dinsdag in november
Veterans Day, 11 november
Thanksgiving Day, vierde donderdag in november
Christmas Day, 25 december
De belangrijkste feestdagen, waarop bijna alle bedrijven gesloten zijn, zijn: New Year's Day, Memorial Day, Independence Day, Labor Day, Thanksgiving Day, en Christmas Day.
Bron: wikipedia