Antigua, officieel Antigua Guatemala, is een stad in Guatemala, niet ver van de hoofdstad Guatemala-stad. De stad is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van het UNESCO. Ze is gelegen in de vallei van Panchoy, onder de Volcán de Agua, en is de hoofdstad van het departement Sacatepequez.
Geschiedenis: Antigua werd onder de naam Santiago de los Caballeros in 1543 door de Spaanse veroveraars gesticht als hoofdstad van de Capitanía General de Guatemala, een bestuurlijk onderdeel van het vicekoninkrijk Nuevo España dat het zuidelijke deel van Mexico en Midden-Amerika besloeg. Rond 1700 werd de bevolking al op 70.000 inwoners geschat. De stad werd echter meerdere malen door epidemieën getroffen. Ook diverse aardbevingen eisten hun tol. Met name in 1773 werden grote delen van de stad in puin gelegd. Na deze aardbevingen werd de hoofdstad in 1776 officieel verplaatst naar het veiliger geachte Guatemala-stad, waarna de naam van Santiago de los Caballeros veranderde in "La Antigua Guatemala" (het oude Guatemala).
Antigua tegenwoordig: Tegenwoordig beleeft Antigua een nieuwe bloeiperiode. Met zijn koloniale bouwstijl, zijn overzichtelijke omvang en typische marktjes, is Antigua een grotere toeristische trekpleister dan de hoofdstad. Het staat bekend om de vele taalscholen voor wie Spaans wil studeren. Elk jaar worden er tijdens de Goede Week (Semana Santa) vele evenementen georganiseerd zoals bloementapijten (alfombras) en processies door de gezellige straatjes. Antigua is bekend om de jade die er verkocht wordt.
Tijdens de volkstelling van 2002 telde de stad 46.275 inwoners. Het is een onderwijscentrum voor de regio, met middelbare scholen waar ongeveer 16.000 leerlingen aan studeren.
Belangrijkste bezienswaardigheden zijn: Parque Central (met de uit 1936 daterende replica van de fontein van de zeemeerminnen), Kathedraal de Santiago, museum van de Universiteit van San Carlos, kerken van La Merced, San Francisco en las Capuchinas, Casa Popenoe (gerestaureerde koloniale woning), museum en hotel Santo Domingo en het uitzichtspunt Cerro de la Cruz. In het nabijgelegen Jocotenango bevindt zich het museum La Azotea met een overzicht van de koffieteelt en een mooie verzameling muziekinstrumenten die de Mayas gebruikten.
De Franciscaner monnik Hermano Pedro de San José de Betancourt (1626 - 1667) werkte in het klooster van San Francisco en was begaan met het lot van de zieken en hulpbehoevenden. In 2002 is hij door Paus Johannes Paulus II heilig verklaart. Zijn graf is een bedevaartsoord en staat naast de kerk van San Francisco. In de stad is een hospitaal voor de armen dat zijn naam draagt.
Quetzaltenango is de tweede stad van Guatemala naar aantal inwoners (250.000 in 2000) en is de hoofdstad van het departement Quetzaltenango. De stad is gelegen in een dal op een hoogte van 2333 meter boven zeeniveau en wordt omgeven door vulkanen.
Geschiedenis: In de pre-Columbiaanse periode was Quetzaltenango een Mayastad genaamd Xelajú. Deze naam is afgeleid van Xe laju' noj dat "plaats naast tien bergen" betekent. De Guatemalteken duiden de stad in het dagelijks spraakgebruik vaak aan met de kortere en makkelijkere naam Xela (zeg: Sjeela). De stad zou al 300 jaar oud zijn geweest toen de Spanjaarden er voor het eerst arriveerden. De Conquistador Pedro de Alvarado versloeg en vermoordde daar de Mayaleider Tecún Umán. Na de verovering van de stad in de jaren 1520 werd de naam veranderd in Quetzaltenango, zoals Xelajú door de Mexicaanse Indianen genoemd werd.
Van 1838 tot 1840 was Quetzaltenango de hoofdstad van de staat Los Altos, deel van de Verenigde Staten van Centraal Amerika. Toen de unie uiteen viel, werd Quetzaltenango veroverd door het leger van Guatemala onder leiding van Rafael Carrera. Hierdoor werd Quetzaltenango weer Guatemalteeks.
In de 19e eeuw werd koffie in dat gebied als belangrijkste gewas geïntroduceerd. De economie voer er wel bij, waardoor de stad mooie Belle Époque architectuur verkreeg. Deze is tot de dag van vandaag in de stad te vinden.
In 1902 werd de stad vrijwel volledig verwoest door een uitbarsting van de vulkaan Santa María.
Chichicastenango is een stad in het departement El Quiché, in de hoogvlakte (2000 m) van Guatemala.
De bevolking in dit deel van Guatemala is grotendeels van indiaanse (Maya) afkomst en houdt haar traditionele gebruiken in ere.
Iedere donderdag en zondag is er een grote markt in Chichicastenengo. Duizenden Maya's en vele toeristen bezoeken de grootste markt van Midden-Amerika om dieren, bloemen, souvenirs of een van de andere bijzondere artikelen te kopen. Op de trappen en in de 400 jaar oude St-Thomaskerk verspreiden de handelaren hun waren, branden ze wierook en offeren Los Magos voedsel aan de Maya god van de aarde.

Het Meer van Atitlán (Lago de Atitlán) is een caldera, een op 1500 meter hoogte door vulkanen omringd meer in Guatemala.
Aldous Huxley betitelde het als "het mooiste meer ter wereld".
Opvallend is de rust en het heldere blauwe water. De grootste en meest toeristische plaats in de omgeving is Panajachel. Kleinere dorpen rond het meer zijn San Pedro La Laguna, Santiago Atitlán, San Marcos la Laguna, Santa Cararna Palopo en San Antonio Palopo. Santiago Atitlán werd in 2005 van de kaart geveegd door Orkaan Stan.
Tikal of Tik'al was een van de grootste steden van de Maya's ten tijde van de Klassieke Periode. De restanten van de stad bevinden zich in het departement El Petén in het noorden van Guatemala en wordt door velen gerekend tot de niet-klassieke wereldwonderen. De inwoners van Tikal zelf noemden hun stad Yax Mutal.
De stad werd bewoond van ongeveer 400 v.Chr. tot 1000 n. Chr., maar kende haar hoogtepunt tussen 300 en 850. Tikal was een van de machtigste steden in de Klassieke Periode van de Mayabeschaving, maar desalniettemin heeft de stad meerdere malen nederlagen moeten ondergaan. In 378 werd haar ahau Jaguarpoot om het leven gebracht door de Teotihuacaanse aanvoerder Siyah K'ak', die vervolgens een marionet op de troon zette. In 562 werd de stad onderworpen door Caracol, waarmee een periode van meer dan honderd jaar begint die bekend staat als het "Tikalhiaat", waaruit nauwelijks inscripties of monumenten bekend zijn. Het Tikalhiaat geldt in de Meso-Amerikaanse periodisering als het punt waarin de Vroegklassieke Periode overgaat in de Laatklassiekeperiode. Aan deze periode kwam een einde in 682 toen Jasaw Chan K'awiil I. Jasaw Chan K'awiil wist van Tikal een ongekend machtscentrum te maken. Tikals macht bereikte haar hoogtepunt toen Tikal in 711 haar eeuwige rivaal Calakmul op de knieën wist te krijgen, hoewel het de controle over het zuidwestelijke Mayagebied over moest laten aan Dos Pilas. De voortdurende oorlog tussen Tikal en Calakmul en hun bondgenoten had echter geleid tot een uitputting van grondstoffen en verwaarlozing van de grond, zodat na achthonderd de Mayabeschaving ineenstortte. De laatste inscriptie in Tikal, een verwijzing naar Jasaw Chan K'awiil II, dateert uit 889.
Pas in 1848 werd zij herontdekt door een team Guatemalteekse ontdekkingsreizigers. Eerste grootschalige archeologische opgravingen begonnen in de jaren '50 van de 20e eeuw. In 1979 werd het door de UNESCO tot werelderfgoed verklaard. Onder haar tempels en gebouwen bevinden zich de Piramide van de Grote Jaguar en het Paleis van de Edelen. Samen met aartsrivaal Calakmul is Tikal een van de beste voorbeelden van Maya-architectuur in Peténstijl. Commons